Overpeinzingen en Contemplatie bij het Dagdagelijkse 

Strooisel

Wanneer ik de deur van de voorraadkast open, schuift het voorraadrek naar voren. Meestal heb ik een basisproduct nodig. Ik bewaar er haver, meel, eieren,… Toch valt mijn oog elke keer op de kleine collectie met hagelslag. We hebben momenteel melkchocolade hagelslag, melkchocolade en witte hagelslag, en melkchocolade vlokken. Doorgaans hebben we meer pure chocoladeproducten in huis dan melkchocolade. Maar die raken ooit op en dan schiet er nog het melkchocolade aanbod over. Dit is dus een atypisch selectie.

Maar wat nog atypischer is in mijn collectie hagelslag, zijn de doosjes Duitse Streusel. Streusel betekent eigenlijk ‘kruimels’ waarmee men doelt op een kruimelige deegtopping voor gebak, gemaakt van, in essentie, 1 deel boter, 1 deel suiker en 2 delen meel. Maar dit is niet het soort kruimels die ik in de voorraadkast heb staan. We hebben Milchschoko Streusel en ook Bunten Zuckerstreusel. Melkchocolade kruimels en gekleurde suikerkruimels.

Mijn taalgevoel zegt dat de korte staafjes aan chocolade en suikergoed geen kruimels zijn. Overigens, op gespecialiseerde Duitse websites zijn de absoluut fantasierijke combinaties van suikerparels in alle maten en kleuren, inclusief kleine suikerfiguurtjes zoals hartjes en flamingo’s ook gewoon Streusel, kruimels dus.

Ik zou het zelf liever vertalen als ‘strooisel’, waarmee ik dan eerder denk aan de toediening dan de materiele vorm. Nu goed, ‘strooisel’ in het Duits wordt vertaald als Streugut, en vind je bij voorkeur op de weg of bij de stadsdienst, maar niet in de keuken. Ik heb me in mijn taalgevoel wellicht laten beïnvloeden door de Sinterklaastraditie, waar er met lekkernijen gestrooid wordt – het strooigoed. Zo is het strooien van chocolade en suikergoed mij niet onbekend. Ik zou voorstellen om de Streusel in Milchschoko Streusel en Bunten Zuckerstreusel te vertalen als ‘strooisel’.

Maar de termen is niet de enige vorm van verdeeldheid. Het doosje Bunten Zuckerstreusel legt verder uit dat het Für Desserts und Gebäck bedoeld is. Vooral die toevoeging vind ik opmerkelijk. Want waarom niet voor brood of beschuit? Dat je suiker best met mate nuttigt, daar zie ik het nut natuurlijk wel van in. Maar het is in zijn geheel wel heel omschrijvend gehouden: Bonte suiker kruimels voor desserts en gebak. Droog. En weinig fantasierijk. En vooral niet inclusief – zeg ik met een knipoog, want echte inclusiviteitsproblemen zijn hier volledig buiten beschouwing gelaten. Inderdaad, ‘hagelslag’ en ‘muizenstrontjes’ behoren in technische zin tot mijn generisch ‘strooisel’. Maar zijn onze Nederlandstalige termen dan toch niet suggestiever en daarom boeiender? We hebben bovendien ook namen voor elke variant van ‘strooisel’. Ik hou het liever op een boterham met muizenstrontjes, of bij gelegenheid, beschuit met muisjes.

Plaats een reactie