Onlangs bevond ik me in een gezelschap waar we een bepaald boek bespraken. Ik had het boek nog niet gelezen. Het verdicht onder de lezers was eenduidig: het leest als een trein. Het desbetreffende boek is zo op mijn persoonlijke leeslijst komen te staan. Binnenkort is het zover, nog een boek of 7, en dan is dit aan de beurt.
Naast de titel bleef ook de beeldende uitspraak hangen – dat een boek als een trein leest. Het doet denken aan het ritme van de hogesnelheidstrein. Je weet wel, een trein die zo snel over de stalen rails raast, dat je bijna de indruk krijgt weldra op te stijgen. Lezen voelt dan als vliegen. De pagina’s waaien vlotjes om. En dat levert een grenzeloze ervaring op. Geestverruimend zelfs.
Met enige nostalgie blik ik terug op tijden waar ik me consequentieloos kon verliezen in boeken. Vervlogen tijden. Kinderloze tijden.
De beste boeken lezen nog steeds als treinen, maar ik zit nu op een lokale stoptrein. Ik kijk bij elke halte even naar buiten, zoekend naar het stationsnaambord of een herkenningspunt, om me ervan te vergewissen dat ik mijn bestemming niet mis. Ook ben ik de laatste jaren vooral avond- en nachtreiziger in leesland geworden. Beter ’s nachts lezen dan niet lezen, hou ik mezelf voor. Zeker, want, een beetje lezen a day, keeps the doctor away. En als het rijmt, is het waar, toch?

Plaats een reactie